Een voorbeeld

“Toen ik zes was verhuisden we met z’n allen naar de Oostendamstraat in Rotterdam-Zuid. Ze noemden dat toen ook wel de boerenzij. Ik vond het een heerlijke plek. Samen buiten spelen met mijn broertjes en de andere kinderen uit de buurt. Kattenkwaad uithalen. En rondrijden op mijn trekker. Die trekker was een echte bezienswaardigheid. Mijn ome Jan had er maanden aan gewerkt. Hij kon van hout en metaal de mooiste dingen maken. Afval, of spul uit de container. Jan was altijd aan het zoeken naar spullen om mee naar huis te nemen. Ze noemden hem soms gekscherend ‘de schraper’. Hijzelf noemde het ‘iets moois maken van rommel’. Ik wist dat hij het ook deed om tot rust te komen. Het waren roerige tijden, zo vlak na de oorlog.”

Reactiemogelijkheid is gesloten